De studie Holocaust exposure induced intergenerational effects on FKBP5 methylation van Yehuda uit (2016) onderzoekt of traumatische ervaringen uit de Holocaust biologische sporen kunnen nalaten die zichtbaar zijn in volgende generaties. De onderzoekers richtten zich op het gen FKBP5, dat betrokken is bij de regulatie van het stresshormoonsysteem (de HPA-as). Veranderingen in de regulatie van dit gen kunnen invloed hebben op hoe het lichaam omgaat met stress.
De studie vergeleek drie groepen: Holocaustoverlevenden, hun volwassen kinderen en een controlegroep zonder directe Holocaustblootstelling. Bij zowel overlevenden als hun nakomelingen vonden de onderzoekers veranderingen in DNA-methylatie van het FKBP5-gen. Methylatie is een epigenetisch proces dat bepaalt hoe actief een gen is zonder de genetische code zelf te veranderen. Opvallend was dat de methylatiepatronen bij ouders en kinderen niet identiek waren, maar wel duidelijk samenhingen. Dit wijst op een vorm van intergenerationele overdracht van stressgerelateerde biologische veranderingen.
De resultaten suggereren dat extreme traumatische ervaringen langdurige effecten kunnen hebben op de stressregulatie, en dat deze effecten deels zichtbaar blijven in de volgende generatie. De studie toont geen deterministische overdracht van trauma, maar wel een verhoogde gevoeligheid van het stresssysteem. Volgens de auteurs kan dit bijdragen aan een grotere kwetsbaarheid voor stressgerelateerde klachten, afhankelijk van latere levensomstandigheden en veerkrachtfactoren.
Belangrijk is dat de onderzoekers benadrukken dat epigenetische veranderingen beïnvloedbaar blijven. Omgevingsfactoren, therapie en sociale context kunnen de regulatie van het stresssysteem opnieuw vormgeven. De studie levert daarmee een biologisch onderbouwde aanwijzing dat intergenerationeel trauma niet alleen psychologisch, maar ook lichamelijk kan doorwerken, terwijl tegelijk ruimte blijft voor herstel en plasticiteit.
