Naar de hoofdinhoud gaan

In 2013 publiceerden Peter Oehen en collega’s de eerste pilotstudie naar MDMA-geassisteerde psychotherapie buiten de Verenigde Staten. Het Zwitserse onderzoek richtte zich op mensen met therapieresistente PTSS, een groep voor wie eerdere behandelingen onvoldoende hielpen.

Twaalf deelnemers ontvingen drie experimentele sessies, gecombineerd met intensieve therapeutische begeleiding. De helft kreeg een volledige dosis MDMA, de andere helft kreeg een zeer lage dosis als actieve placebo. Voor en na de behandeling werd de ernst van de PTSS-klachten gemeten met gestandaardiseerde meetinstrumenten.

De resultaten waren bemoedigend, maar voorzichtig. Deelnemers in de groep die de werkzame dosis ontving lieten gemiddeld een sterkere afname van klachten zien dan de placebogroep. Toch was het verschil niet zo groot als in latere, grotere studies. De onderzoekers noemden zelf dat een dosis van 25 mg, oorspronkelijk bedoeld als placebo, mogelijk al een mild therapeutisch effect had.

Een belangrijke uitkomst was dat de behandeling veilig bleek. Er waren geen ernstige bijwerkingen, en deelnemers gaven aan dat de sessies — ondanks hun zwaarte — als waardevol werden ervaren. Een follow-up na een jaar liet zien dat een deel van de deelnemers de winst behield.

De studie van Oehen vormde een belangrijke stap richting de latere fase 2- en fase 3-trials van MAPS. Het liet zien dat het protocol ook in een Europese, niet-MAPS-context werkbaar was, en dat de werkzaamheid niet uitsluitend toe te schrijven was aan de Amerikaanse onderzoekstraditie.